Diabetespatiënt Robert over zijn zegetocht

 Hij kwam geen steiger meer op. Trappen lopen ging niet meer. Even naar de brievenbus een enorme opgave. Iets zwaars tillen, geen denken aan. Veters strikken de grootste horde van de dag. Robert Bruggeman (1968) was er twee jaar geleden ernstig aan toe. Hij woog toen zo’n 110 kilo.

Een bezoek aan de huisarts bracht duidelijkheid. Robert had suikerziekte. Diabetes type 2. Het advies van de dokter was duidelijk: je moet afvallen, dan gaat het over. Robert werd naar een diëtiste gestuurd. Die vertelde hem dat hij met zijn eten en drinken totaal verkeerd bezig was.

 

Dat Robbert dik was, had hij zelf ook wel door. En dat het voor problemen zorgde ook. Het was zijn moeder die hem aan het denken zette. Zij wees erop dat Robberts vader op 54 jarige leeftijd aan suikerziekte was overleden, net als al zijn broers. Toen zij hoorde dat Robbert de gevreesde ziekte ook had raakte ze in paniek.
Voor Robert was het vanaf dat moment duidelijk: er moest iets veranderen. Dus stopte hij met roken. Frisdranken en snoep gingen in de ban. De gewoonte ’s ochtends niet te ontbijten en te volstaan met drie koppen koffie ging over boord. Witte broodjes werden in de ban gedaan.

In plaats daarvan kwam een ontbijt met gezond bruin brood en beleg. Naar zijn werk gingen voortaan vier pakjes brood mee. Om de twee uur moet Robert iets eten. Dus pakt hij de pakjes om 10, 12, 14 en 16 uur uit om de inhoud ervan op te eten. Bij thuiskomst om 18 uur is er weer een maaltijd, avondeten. En om 21 uur nog wat kwark als ‘desert’. Robert: ,,Het was omschakelen maar nu is het een gewoonte geworden. Ik deed gewoon wat de diëtiste zei.’’

Het advies van de diëtiste ging echter nog verder. Robert diende te gaan bewegen. Dus ging hij wekelijks met zijn vrouw drie keer vijf kilometer wandelen. Dat blokje ging hij naar verloop van tijd zelf rennen. Robert kocht een ‘run keeper’ en was verkocht.

Nu ‘traint’ Robert 4 tot 5 keer per week. Hardlopen met een muziekje op. De eerste 10 minuten vindt hij het ergst, daarna is het leuk. Inmiddels rent Robert hele marathons. Hij startte al in 2015 met 10 kilometer bij de CPC-loop in Den Haag. In november 2015 liep hij de marathon van New York (42,2 kilometer) uit.

En de diabetes? Die is weg. ,,Ik weet niet hoe lang ik die al had’’, vertelt Robert. ,,Maar nu is het bloedsuikerniveau zo laag dat ik geen medicijnen meer hoef te gebruiken. Mijn arts zegt dat ze nog nooit zo’n ommekeer hebben gezien als bij mij.’’

Robert is inmiddels zo’n 25 kilo lichter dan in 2014. En dat wil hij zo houden. ‘Ongezond’ eten doet hij nu nog eens per week in plaats van elke dag. Na het rennen van een halve marathon kan hij ook weer als vanouds snoepen. Van de andere kant: als hij na een marathon een maand niets doet, zit er weer 5 kilo aan. Na drie maanden niets doen is het bloedsuikergehalte weer te hoog.

Over zijn deelname aan DiaB-TV is Robert duidelijk. Hij wil laten zien dat diabetes type 2 omkeerbaar is. ,,Ik heb natuurlijk nog steeds diabetes maar het is onder controle. En dat zonder medicijnen. Natuurlijk laat ik nog elke 3 maanden bloed prikken en wordt er naar mijn tenen, voet en oogbol gekeken.’’

Roberts boodschap: ‘Alles met mate’. En, in tegenstelling tot de verwachting, ‘vetten zijn het ergste’.

 

De eigen wil en doorzettingsvermogen spelen ook een grote rol.
De toekomst? Robert wil dit najaar de marathon van Amsterdam doen. Voor latere jaren staan de marathons van Berlijn, London en Tokio op het programma. ,,Het is zo gaaf om met die massa mensen mee te rennen. Je weet niet wat je meemaakt. Bij de marathon van Rotterdam kom je door Crooswijk. Dan loop je door een tunnel van toeschouwers die je aanmoedigen. Met een fanfare erbij. Zelf ga je half dood maar dat geeft zo’n kick.’’

​Alleen gaat Robert overigens nooit. Er is altijd een gezinslid mee. Voor de marathon Tokio heeft zijn zwager zich al als ‘begeleider’ gemeld, verklapt Robert met een knipoog. In zijn prijzenkast hangen inmiddels acht medailles aan veelkleurige linten. De oogst van twee jaar vechten tegen diabetes.